| |
Rock Fischer-Z
INXS
Japan Marillion
Men at Work Simple
Minds Talk Talk
Talking Heads The B-52's The
Clash The Cult The
Police The Smiths U2
XTC
Andere genres
Neue Deutsche Welle Nederpop
New Romantics New
Wave Rock Ska
Sophisti - pop Synth
- pop |
|
| Talking Heads |
|
Newyorkse band met een intellectueel imago, niet in de laatste plaats
door de belangrijke stem die leider David Byrne als zanger, gitarist
en songschrijver heeft in het groepsgeluid. Byrne vertoont een maniakale
neiging om alles in systeem-analytische termen te vangen; zijn teksten
zijn volgens de grondbeginselen van de logica opgebouwd. De muziek
van de groep vertoont vaak wat wrang klinkende, typisch Byrneske
melodiewendingen, die een bijzonder warme naklank blijken te herbergen.
Die zo staccato klinkende muziek en de in multiple choice gestelde
liefdesverklaringen worden op den duur juist een uiting van Byrnes
overmatige gevoel voor romantiek; de songs zijn daar een medicijn
voor. |
| |
| Talking Heads heet aanvankelijk Vogue Dots en wordt
in januari '75 opgericht door zanger gitarist David Byrne, drummer
Chris Frantz en basiste Tina Weymouth, alle drie studenten aan de
Rhode Island School Of Design. De laatste twee zitten eerder in
The Artistics, een vooral uit soul, beat en sixtiespunk puttende
coverband. Talking Heads speelt van meet af aan eigen materiaal;
in eerste instantie uitsluitend in CBGB's, de club waar de groep
in juni '75 haar live-debuut maakt in het voorprogramma van de Ramones. |
| |
De Heads zijn dan nog een typische representant van de Amerikaanse
new wave. In maart '77, kort nadat de groep is aangevuld met toetsenist
Jerry Harrison (ex-Modern Lovers), verschijnt hun nog als trio opgenomen
eerste single, Love Goes To Building On Fire. In mei komt de groep,
als support act van de Ramones, voor het eerst naar Europa, waarbij
ook Nederland wordt aangedaan. In de zomer trouwen Tina Weymouth
en Chris Frantz met elkaar en in het najaar verschijnt het veelbelovende
debuutalbum "77". Het tweede album "MORE SONGS ABOUT
BUILDINGS AND FOOD", uit 1978 ligt in het verlengde van "77"
en wordt geproduceerd door Brian Eno. Op het derde album "FEAR
OF MUSIC" uit 1979 is zijn invloed nog duidelijker merkbaar.
Byrnes teksten worden steeds compacter en simpeler, getuige de songtitels
die op "FEAR OF MUSIC" in de meeste gevallen uit één
woord bestaan. De songs zijn strakker georganiseerd, terwijl ze
tegelijkertijd door Eno's subtiele toevoegingen avontuurlijker zijn
geworden. |
| |
| Hier en daar klinken de eerste Afro-ritmes door, een
ontwikkeling die doorzet op het vierde album "REMAIN IN LIGHT",
waarop de groep wordt aangevuld met gitarist Adrian Belew (bekend
van concertwerk met Zappa en Bowie), zangeres Nona Hendryx (ex-Labelle),
percussionist Jose Rossy en trompettist Jon Hassell. In uitgebreide
bezetting toert men door Europa, waar de aanhang sterk groeit. Zo
wordt Talking Heads een echte topband, compleet met (naar al spoedig
blijkt groepsondermijnende) solo-activiteiten van alle vier de kernleden. |
| |
Die van Byrne groeien mettertijd uit tot een zeer diverse, ambitieuze
en complete eigen carrière, terwijl die van de anderen een
hobby-achtig karakter blijven dragen. Byrne verzorgt de muziek bij
een Broadway-productie, "SONGS FROM THE CATHERINE WHEEL",
en maakt met Brian Eno "MY LIFE IN THE BUSH OF GHOSTS",
een opvallend en trendsettend album vol wereldmuziek avant la lettre.
Tina en Chris gaan in de weer met Tom Tom Club (inclusief twee zusjes
van Tina), die zomer '81 vrolijke hits heeft met de singles Genius
Of Love (Verenigde Staten) en Wordy Rappinghood (Europa). Ook Harrison
maakt in '81 een plaat buiten de groep om. De geruchten als zou
er van een breuk sprake zijn worden ontzenuwd door het verschijnen
van het live-album "THE NAME OF THIS BAND IS TALKING HEADS"
en de concerttournee van zomer '82. |
| |
| Daarbij staan zwarte muzikanten als Steve Scales,
Alex Weir, Raymond Jones en Dolette McDonald de groep terzijde,
terwijl Tom Tom Club het voorprogramma verzorgt. Het zesde album
"SPEAKING IN TONGUES" uit 1983 bevestigt de status van
intelligente band nog eens ten volle. Vervolgens legt de groep zich
met regisseur Jonathan Demme toe op het maken van de avondvullende
bioscoopfilm, Stop Making Sense, gebaseerd op een speciaal in scène
gezet 'live'-optreden van de groep. |
| |
Deze zeer fraaie film blijkt een kassucces en drie van de soundtrack
"STOP MAKING SENSE" geplukte singles worden hits. Talking
Heads is definitief van cultband een publieksband geworden. Het
toegankelijke en positivistische "LITTLE CREATURES" uit
1985 verschijnt tegelijk met het serieuze, moeilijk toegankelijke
"MUSIC FOR THE KNEE PLAYS". Hierna stort Byrne zich op
een nieuw filmproject: True Stories. "SOUNDS FROM TRUE STORIES"
bevat een gedeelte van de soundtrack, terwijl op het nogal tegenvallende
"TRUE STORIES" alle liedjes uit de film geinterpreteerd
worden door de Talking Heads. Op "NAKED" werken de Heads
samen met een aantal in Parijs woonachtige Afrikaanse musici. Naast
deze 'Congo-pop' spelen ook Latijns-Amerikaanse ritmes een belangrijke
rol. Verder werken aan deze plaat mee: gitarist Johnny Marr (ex-Smiths),
toetsenman Wally Badarou en zangeres Kirsty MacColl, de vrouw van
co-producer Steve Lillywhite. |
| |
Nadat Talking Heads de laatste jaren steeds meer een
zieltogend bestaan heeft geleid wordt de band eind '91 definitief
opgedoekt. In de herfst van '92 verschijnen nog twee compilaties:
de greatest hits "THE BEST OF/ONCE IN A LIFETIME" en "POPULAR
FAVOURITES 1976-1992/SAND IN THE VASELINE" dat grotendeels
dezelfde nummers bevat, aangevuld met CD-tracks en niet eerder uitgebracht
materiaal.
|
|
|