| |
|
|
| Adam & the Ants |
|
Eind ’76 worden uit de resten van het Londense pubrockbandje
B-Sides Adam and the Ants geformeerd. Belangrijkste man is Adam
Ant (echte naam: Stuart Goddard) die er met zijn sado-masochistische
podiumact, dubbelzinnige teksten en opwindende muziek voor zorgt
dat de Ants binnen korte tijd uitgroeien tot één
van de meest geliefde en beruchte punkgroepen. Een optreden in
Derek Jarman’s geruchtmakende film Jubilee trekt de aandacht
van de platenbusiness en in het najaar van ’78 verschijnt
op Decca de eerste single, ‘Young Parisians’. De groep
bestaat dan naast Adam uit Matthew Ashman (gitaar), Andrew Warren
(bas) en David Barbe (drums). Na nog twee singles op het onafhankelijke
Do It-label komt in november ’79 het debuutalbum "DIRK
WEARS WHITE SOX" uit. |
| |
| Deze aan Dirk Bogarde opgedragen plaat trekt de experimentele
lijn van de singles door en heeft met zijn sterk jazzy inslag weinig
meer met punk van doen. En hoewel er binnen enkele weken zo’n
40.000 exemplaren van verkocht worden, loopt de populariteit van
de groep in de daaropvolgende maanden sterk terug. |
| |
‘‘Andrew
Warren is de eerste die het zinkende schip verlaat; hij wordt vervangen
door Leigh Roy Gorman. Dan grijpt Ants-fan en ex Sex Pistols-manager
Malcolm McLaren in. Hij neemt het management van de groep op zich
en slaagt er in Adam te overtuigen van de noodzaak van een andere ‘sound’.
Als Adam er echter niet over peinst om naar McLaren’s pijpen
te dansen waar het het schrijven van teksten betreft, weet de laatste
het vertrouwen van de overige groepsleden te winnen en in een gezamenlijke
actie wordt Adam gewipt. Samen met zijn oude vriend Marco Pirroni
- voorheen gitarist in Rema Rema, Models, Beastly Cads en Siouxsie & the
Banshees - slaagt Adam er in een nieuwe Ants-formatie op poten
te zetten, compleet met, inderdaad, een nieuwe sound en een nieuw
image, stoelend op indianen- en vrijbuitersromantiek. |
| |
| Trots en heroïek vormen de rode draad in uiterlijk,
teksten en muziek. De nieuwe ‘antmusic’ drijft vooral
op de opzwepende Burundi-beat (naar de oorlogsdrums van de Afrikaanse
Burundistam) van de twee drummers en het Link Wray-achtige spel
van gitarist Marco Pirroni. |
| |
Het blijkt een uiterst succesvol concept: binnen een jaar zijn
Adam and the Ants de populairste groep van Engeland. Hun tournees
zijn weken van tevoren uitverkocht, hun singles halen moeiteloos
de Top 10 en de eind ’80 verschenen elpee "KINGS OF
THE WILD FRONTIER" prijkt begin juni ’81 al meer dan
een half jaar op de eerste plaats, waarmee het door ‘Grease’ gevestigde
duurrecord overtuigend gebroken is. Te zelfder tijd bereikt de
groep met ‘Stand And Deliver' ook - voor het eerst - de
toppositie bij de singles en weet er in Nederland een eerste
hit mee te scoren. Anno 2004 bestaan the ants niet meer.
|
|
|