| |
|
|
| ABC |
|
Officieel start het verhaal van ABC op 20 juni 1980 in Sheffield,
maar de basis voor de groep wordt al veel eerder gelegd. Vice
Versa is de naam van een illuster synthesizergroepje, opgetrokken
rond zanger Steve Singleton en gitarist Mark White. Als zanger
Martin Fry hen interviewt, wordt hij geconfronteerd met wat de
critici als ‘the darker side of The Human League’ omschrijven.
Vice Versa scheidt nog een paar duistere songs op vinyl of cassette
af, terwijl het Rotterdams Backstreet-label met de dubieuze eer
gaat strijken de laatste Vice Versa-single te hebben uitgebracht
(‘Stilyargi’). Niet lang na het overlijden van de groep
herrijst een nieuwe naam, een nieuwe benadering, een nieuw geluid
en niet te vergeten: een nieuw gezicht. |
| |
|
Martin Fry is lijstaanvoerder geworden van de nieuwe
danspartij en de groepsnaam wordt verkozen op onpartijdigheid.
Als drummer wordt David Palmer aangetrokken en als bassist Mark
Lickley, die de groep na korte tijd weer zal verlaten. Na zes maanden
repeteren verschijnt op het eigen label Neutron Records in ’81
de eerste single ‘Tears Are Not Enough’, waarmee de
muzikale uitgangspunten van ABC vastomlijnd naar buiten worden
gebracht. Ergens tussen James Brown, The Jacksons, Joe Tex en Rose
Royce is de operatie ABC tot op het bot uitgedacht. |
| |
‘‘Tears
Are Not Enough’ is
een zeer ritmisch en funky werkje dat opvalt door de geraffineerde
melodielijnen, de gekwelde vocalen
en de diepe kracht die het nummer uitstoot. De tekst behandelt één
van Fry’s geliefde thema’s: de gekwelde romanticus.
De groep gaat stijlvol gekleed door het leven en zwetst zich vol
grootspraak en zelfvertrouwen de media binnen. Er vallen fraaie
woorden en spetters van theorieën: soul-rebellie, democratische
danspartij, funkvisie en ‘conceptual beats per minute’.
Maar het is vooral de muziek die het ’m doet, want de tweede
single, ‘Poison Arrow’ (begin ’82), slaat pas
echt aan. |
| |
| Opnieuw gestoken in een opvallend hoesje met een
persoonlijke boodschap van de zanger zelf en propvol drama en pathos
overklast ‘Poison Arrow’ zijn voorganger. Fry hult
zich in een goudlamé kostuum, dat aan Bryan Ferry herinnert,
terwijl zijn blonde kuif knipoogt naar Billy Fury. Langzamerhand
op handen gedragen of als holle funkaftreksels beschuldigend nagewezen,
verschijnt ABC’s derde single, ‘The Look Of Love’,
aan de vooravond van de debuutelpee "THE LEXICON OF LOVE". |
| |
De witte funk-hausse van het Engeland van dat moment helpt het
gestileerde en extravagante ABC al snel op het ereplatform van
de Engelse en niet veel later de Europese hitlijsten. Met de
in violen gedepte ballade ‘All Of My Heart’, de vierde
single, bewijst Fry opnieuw oor te hebben voor een goede popsong
en oog voor al wat de pop te bieden kan hebben. Zonder een enkele
tournee is de groep beroemd en kan er uiteindelijk aan een selectief
aantal optredens gedacht worden. Eenmaal ten tonele blijken de
pretenties van Fry en de zijnen zich tot ver over de grenzen
van het vinyl uit te strekken. De voorstelling van ABC wordt
even groots en meeslepend op de planken gezet als de drie sterren
bij hun logo doen vermoeden. |
| |
Klatergoud, in grootbeeld filmisch uitgemeten en tot de rand toe
gevuld met melodrama, op de dwingende klanken van gepolijste
funk. 1982 is definitief het jaar voor ABC geweest, zelfs Amerika
is gevallen voor de ABC sound. In dat decenium brengt de formatie,
die aan een flink aantal bandwisselingen onderhevig is: nog 4
langspelers uit, maar die halen geen van allen het niveau van "The
Lexicon of Love".
|
|
|